Begrazing
Voor agrarisch gebruik zijn totaal andere grassoorten ontwikkeld dan voor de siertuin. De dichtheid is over het algemeen veel geringer (het aantal scheuten per m2) en de voedingswaarde (o.a. het gehalte aan droge stof) is veel hoger.
Een konijn dat in een ren op een siergazon wordt gezet en daar 'graast', krijgt dus veel minder voedsel binnen dan wanneer hij op een boeren wei wordt gezet. De boeren zijn decennia lang (vaak noodgedwongen) alleen geïnteresseerd geweest in een zo hoog mogelijk rendement van hun weiden.
Dat zijn vaak (net als siergazons) vrijwel monoculturen geworden, waar één weidegrasmengsel maximaal wordt bevorderd omdat dit bijvoorbeeld hoge melkopbrengsten bij de koeien geeft. het cultuurland is daarmee qua soortenrijkdom aanzienlijk verarmd. Tegelijkertijd is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een tegenbeweging op gang gekomen in de vorm van natuurbeheer door begrazing. Daarbij gaat het niet om de dieren die grazen, maar om het effect van begrazing op de natuur. Dit blijkt heel gevarieerd bij de verschillende dierensoorten. Voor de begrazing worden schapen, oer- of heck runderen (zwarte vacht), koniks (been soort paarden), schotse Hooglanders (roodbruine runderen), ook wel IJslandse pony's en Shetland pony's ingezet. De verschillende grazers (zowel echt wild als bijna loslopend vee) worden ingedeeld op basis van wat ze weg grazen. Rund, paard en moeflon eten hoofdzakelijk korter of langer gras. Dat zijn de echte grazers. Edelherten en damherten zijn wat met een vakterm wordt genoemd 'intermediate feeders'. Die eten gras en bebladerde scheuten van allerlei andere planten. Reeën zijn zogenaamde 'browsers'. Die eten vooral veel blad en takken. De verschillende dieren begrazen een gebied dus op totaal verschillende manieren. Dat betekend dat een landschap er heel gevarieerd kan gaan uitzien. Sommige delen worden intensief bezocht en begraasd, op andere stukken komen de dieren minder vaak. Door die diversiteit ontstaat er een rijkere flora en fauna.
Maar dit natuurlijke terreinonderhoud is alleen mogelijk als de begrazing zeer extensief is. Om een voorbeeld te geven: van 10 ha terrein kunnen twee koeien of vijf schapen leven, meer niet. Er zijn dus uitgestrekte natuurterreinen nodig om hele kudden runderen en schapen voldoende voedselgebied te geven zonder dat bijvoeren nodig is.
Grazoden Wiki's
- Algemene informatie
- Begrazing
- Bijzondere groeiomstandigheden
- Bloeiende eilanden in uw gazon
- Gazonmengsels
- Vervaardiging en transport van graszoden
- Gazon maaien
- Maaitechnieken voor hoog gras
- Uw veiligheid tijdens het grasmaaien
- Waar moet u op letten bij de aanschaf
- Graszoden leggen
- Een gazon met graszoden aanleggen
- Een verwaarloosd gazon vernieuwen
- Voorbereiding van de plek voor het leggen van graszoden
- Graszoden onderhoud
- Grond in mijn tuin






